wikkelde af

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  • Geluid:  wikkelde af    (hulp, bestand)
Woordafbreking
  • wik·kel·de af

Werkwoord

vervoeging van
afwikkelen

wikkelde af

  1. enkelvoud verleden tijd van afwikkelen
    • Ik wikkelde af. 
    • Jij wikkelde af. 
    • Hij, zij, het wikkelde af.