frees

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Enkele frezen (2)
Uitspraak
  • Geluid:  frees    (hulp, bestand)
Woordafbreking
  • frees
enkelvoud meervoud
naamwoord frees frezen
verkleinwoord freesje freesjes

Zelfstandig naamwoord

frees v/m

  1. (gereedschap) machine die door frezen (met een ronddraaiende beitel) materiaal verwijdert
  2. deel van die machine die de eigenlijk berwerking uitvoert (de beitel) [1]
  3. (landbouw) machine die grond door elkaar roert, maar zonder kerende bewerking
  4. geplooide kraag, fraas [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
frezen

frees

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van frezen
    • Ik frees. 
  2. gebiedende wijs van frezen
    • Frees! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van frezen
    • Frees je? 


Gangbaarheid

  • Het woord frees staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
79 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen