enkelvoud

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  • Geluid:  enkelvoud    (hulp, bestand)
Woordafbreking
  • en·kel·voud
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord enkelvoud enkelvouden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud o [1]

  1. een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

  • Het woord enkelvoud staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen